Afgelopen week was een lastige, maar tegelijk ook een leerzame week. Na een zwaar weekend op het werk merkte ik dat mijn lichaam wat trager op gang kwam. Toch begon ik de week gemotiveerd aan mijn trainingen.
Beentraining: tegen de grens aan
Ik merk dat beentrainingen de laatste tijd zwaarder beginnen te voelen. Niet alleen omdat het fysiek pittig is, maar ook omdat ik langzaam tegen de limiet van mijn gewichten aanloop.
Bijvoorbeeld met de kettlebell squat: ik gebruik inmiddels het zwaarste gewicht dat ik heb. Dat maakt het lastig om mezelf nog verder uit te dagen. De motivatie is er wel, maar ik merk dat ik op zoek moet naar nieuwe prikkels (of misschien andere oefeningen) om progressie te blijven maken.
Zwemmen met weinig energie
Woensdag liep ik tegen iets anders aan. Ik had gepland om te zwemmen, maar eenmaal in het zwembad voelde ik al snel dat mijn energie niet op peil was. Ondanks dat ik goed gegeten had en zelfs een banaan had genomen voor wat extra energie, kwam ik er niet lekker in.
In plaats van geforceerd mijn plan van 50 of 60 baantjes af te maken, besloot ik het bij 30 baantjes te houden. Dat was op dat moment genoeg.
Dinsdag had ik juist een topdag: 80 baantjes van 250 meter in totaal. Donderdagmiddag deed ik 60 baantjes. Die afwisseling hoort er blijkbaar bij, niet elke dag is even sterk, en dat is oké.
Toch tevreden
Aan het einde van de week was ik eigenlijk best tevreden. Ik heb mijn schema grotendeels gevolgd, mijn grenzen gevoeld én geluisterd naar mijn lichaam wanneer dat nodig was. Soms zit de winst niet in meer doen, maar in het bewust blijven bewegen — ook als het wat minder makkelijk gaat.
Reactie plaatsen
Reacties